Risico’s jonge automobilisten in het verkeer

Het domineerde het nieuws in Noord-Nederland. Kort na elkaar raakten vier jonge automobilisten betrokken bij een ongeval met dodelijke afloop. Onderzoek van het SWOV, het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek, bevestigt het beeld dat jonge automobilisten vaker betrokken raken bij een ongeval.

Jonge automobilisten (18 tot 24 jaar) raken ruim vijf keer vaker betrokken bij een auto ongeval als automobilisten in de leeftijd van 30 tot 59 jaar. Voor jonge mannen ligt deze kans nog vele malen hoger, zij raken maar liefst tien keer vaker betrokken bij een ongeval. De oorzaak hiervan is niet eenduidig, maar komt voort uit een combinatie van factoren. Juist deze combinatie maakt jonge, mannelijke automobilisten tot een hoge risicogroep.

Ontwikkeling van de hersenen

Rond het 25e levensjaar zijn de hersenen volgroeid. Het deel van de hersenen waarin wordt bepaald dat we nadenken, voordat we overgaan tot actie, wordt als één van de laatste onderdelen ontwikkeld. Onder invloed van puberteitshormonen is het deel van de hersenen waarin emotie, motivatie en bevrediging van behoeften wordt gestimuleerd, veel eerder volgroeid. Een scheefgroei in de ontwikkeling van jongvolwassenen. Het maakt dat ze makkelijker risico’s nemen, gevoelig zijn voor groepsdruk en streven naar het bevredigen van hun eigen behoeften.

Sociale factoren

Jonge automobilisten verbinden sociale status en vrijheid met hun auto. Het is daarmee veel meer dan een vervoermiddel. Dit is terug te zien in de cijfers. Jongeren die veel waarde toekennen aan auto’s en jongeren die er van houden om uit te gaan, hebben een hogere kans op een ongeval.
Met een ‘sportieve rijstijl’ willen jongeren indruk maken op hun vrienden. Dit vertaalt zich in een verhoogd ongevalsrisico voor jonge mannelijke bestuurders die andere jonge mannen als passagier hebben. Opvallend, aangezien het ongevalsrisico bij oudere bestuurders met passagiers juist daalt, aldus het SWOV.

Externe invloeden

De invloed van onder andere alcohol, drugs, afleiding of vermoeidheid is ook onder de loep genomen door het SWOV. Jongeren lopen het grootste risico op ongevallen wanneer de verschillende factoren gecombineerd worden. Zo zijn jonge mannen in de weekendnachten niet vaker onder invloed van alcohol. De jongeren die op dat moment wél alcohol gebruiken in het verkeer, vervoeren in 60% van de gevallen één of meerdere passagiers. Deze combinatie van alcohol en passagiers vormt dan ook een extreem hoog ongevalsrisico.

Inschatten van risico’s

Het juist inschatten van verkeerssituaties gaat jonge automobilisten nog niet goed af. Hierdoor kunnen ze minder goed op potentiële gevaren anticiperen dan ervaren automobilisten. Ook hebben ze nog niet de juiste vaardigheden ontwikkeld die helpen bij het inschatten van risico’s en overschatten ze zichzelf. Hierdoor stemmen zij hun (risicovolle) gedrag nog niet goed af op wat ze daadwerkelijk kunnen.

Overige omstandigheden

Tot slot zijn de omstandigheden waarin jonge automobilisten deelnemen aan het verkeer vaak risicovoller. Vaak zijn auto’s iets ouder en zijn daardoor de veiligheidsvoorzieningen minder. De gevolgen van een ongeval zijn hierdoor vaak ernstiger dan bij oudere automobilisten.